
1. Wat gaat het informatiehuis de komende jaren doen?
2. Gaat het Informatiehuis Water ook rapportages maken?
3. Hoe zit het met (de consequenties van) het voorgestelde groeimodel?
4. Welke informatie moet worden aangeleverd?
5. Hoe zit het met het eigenaarschap, de kwaliteitsborging en het beschikbaar stellen van gegevens aan derden?
6. Leidt het Informatiehuis wel tot minder informatievragen?
7. Bepaalt de Uitvoeringsorganisatie wat moet worden gemonitord en aangeleverd?
8. Wat hebben de waterschappen, provincies en gemeenten aan het Informatiehuis Water?
9. (Hoe) worden waterbeheerders betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe taken/werkzaamheden onder het Informatiehuis?
10. Wat zijn de financiële consequenties voor provincies, waterbeheerders en gemeenten?
11. Wat is de status van de uitgevoerde Business case (Uitvoeringsorganisatie Informatiehuis Water)?
12. Komen er een Raad van Toezicht en Raad van Advies?
13. Waarom is een bestuursakkoord nodig?
14. Moet de Inspectie VenW (IVW) een rol hebben bij het bestuursakkoord?
Voor de komende planperiode (2011-2016) gaat het in eerste instantie alleen om het bundelen en uitvoeren van werkzaamheden van de InformatieDesk Standaarden Water (IDsW) en het stroomlijnen van de gegevensuitwisseling en het informatiebeheer rond het thema waterkwaliteit. Daarbij gaat het naast oppervlaktewater nadrukkelijk ook om grondwater. Meer in detail:
Voortzetting werkzaamheden IDsW: beheer, onderhoud en verdere ontwikkeling van de Aquo-standaard als gemeenschappelijke watertaal. Naast hoofdzakelijk waterkwaliteit (oppervlaktewater en grondwater) gaat het in de eerste planperiode ook om ontwikkeling van standaarden voor de thema‟s waterkwantiteit, waterveiligheid en waterketen en afstemming van de Aquo-standaard met andere standaarden. Huidige opdrachtgevers/financiers: RWS, Unie/Het Waterschapshuis, IPO, Planbureau voor de Leefomgeving, LNV.
Samenbrengen, beheren en ontsluiten van waterinformatie: onderhoud en uitbouw van de Landelijke (KRW-) Waterdatabase en de (KRW-) Waterportaal. Werkzaamheden worden momenteel uitgevoerd door de Waterdienst (in opdracht van DGW en RWS).
Beheer en ontwikkeling van applicaties voor oppervlaktewatergegevens (AquoKit) gericht op het geschikt maken van gegevens voor analyse of rapportage en van protocollen en tools voor monitoren, beoordelen, toetsen, bewerken, verwerken, integreren en presenteren van gegevens. Huidige opdrachtgevers/financiers: RWS, IPO, Unie/STOWA.
Stroomlijnen van grondwaterinformatie: verbeterprogramma „Van peilbuis tot KRW- portaal‟. Huidige opdrachtgevers/financiers: VROM en IPO. Beheer, onderhoud en ontwikkeling van de water-/onderzoeksdatabase Limnodata Neerlandica. Huidige opdrachtgever: STOWA.
Koppeling / afstemming tussen de Landelijke Waterdatabase en bestaande meetnetten en overige relevante databases, waaronder met name het Landelijk meetnet effecten mestbeleid (LMM), Bedrijfsinformatienetwerk landbouwbedrijven (BIN), de database van de GegevensAutoriteit Natuur (GAN), de grondwaterdatabase DINO en de database van Emissieregistratie (ER).
We willen in een werkprogramma voor de planperiode 2011-2016 op hoofdlijnen, maar toch ook weer zo concreet mogelijk, aangeven wat er qua werkzaamheden gaat gebeuren. Daarnaast wordt voorgesteld om jaarlijks het werkprogramma te actualiseren en vast te laten stellen door NWO, binnen de met het Bestuursakkoord overeengekomen randvoorwaarden (financiële en personele middelen) voor de planperiode.
Als gedurende de planperiode uitbreidingen wenselijk zijn naar terreinen buiten waterkwaliteit (bijv. kwantiteit of veiligheid) of anderszins behoeften ontstaan die de overeengekomen randvoorwaarden overstijgen, moet dit door NWO worden bekrachtigd en moeten aanvullende afspraken worden gemaakt over eventuele benodigde extra middelen.
Nee. Het maken van (voortgangs- en watersysteem)rapportages zoals voor de Europese Commissie, Tweede Kamer, Provinciale en waterschapsrapportages is aan de waterpartners zelf. De Uitvoeringsorganisatie van het Informatiehuis Water kan daarbij wel behulpzaam zijn door het aanleveren van bouwstenen in de vorm van geaggregeerde informatie (in de vorm van figuren en tabellen).
Thematisch
Het nu voorliggende voorstel gaat uit van voortzetting van het werk van IDsW en daarnaast alleen verbetertrajecten t.a.v. het thema waterkwaliteit (oppervlaktewater én grondwater). Thematisch uitbreiden voor de toekomst is wel de bedoeling/ambitie, maar daar moeten dan aanvullende afspraken over worden gemaakt via het vaststellen van het jaarlijkse werkprogramma. Inclusief afspraken over inbreng aanvullende middelen.
Van fysieke database naar virtuele database
Voor de komende 6-jaar wordt ingezet op harmonisatie en stroomlijnen van de gegevensUITWISSELING, het verbeteren, beheer en onderhoud van de landelijke databases (CIW-database, KRW-database, Limnodata-Neerlandica) en van applicaties voor be/verwerken/toetsen & beoordelen (voor oppervlaktewater: de AquoKit applicaties; voor grondwater: het verbetertraject „Van peilbuis tot KRW-portaal‟).
Uitgaande van het basispakket „waterkwaliteit‟ gaat het Informatiehuis basisgegevens verzamelen op de volgende onderdelen, waarvoor waterbeheerders dus informatie moeten aanleveren:
1. Waterkwaliteitsgegevens die beheerders verzamelen met operationele monitoringprogramma‟s. Voor oppervlaktewater: CIW-database (ca. 3000 monitoringlocaties); voor grondwater: informatie van het Landelijk en Provinciale meetnetten grondwater (wordt bijeengebracht via de DINO-database).
2. Informatie die nodig is voor het opstellen van de KRW-stroomgebiedbeheerplannen en voortgangsrapportages (vulling KRW-database met informatie over waterkwaliteit, doelen, maatregelen en kosten van maatregelen, motivaties ed. Tenminste iedere 6 jaar volledig, om de 3 jaar actualiseren, waterkwaliteitsgegevens jaarlijks aanvullen, (= overlap met 1e punt CIW-database) en de mogelijkheid om gegevens jaarlijks te actualiseren waar nodig;
3. Informatie die nodig is voor het kunnen volgen van de uitvoering van maatregelen KRW (over het hoe/wat vindt nu overleg met de regio‟s plaats);
4. Biologische + macrochemische informatie over ecologische projecten/onderzoeken ter vulling/actualisatie van de database Limnodata Neerlandica.
Het aanleveren van deze gegevens is niet nieuw: dat hebben de waterbeheerders de afgelopen jaren ook gedaan. Grootste verandering is dat deze gegevens nu op één locatie worden verzameld en dat de gegevensaanlevering vereenvoudigd en efficiënter gemaakt gaat worden. Dat moet het de waterbeheerders dus makkelijker maken.
Waterbeheerders zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van kwalitatief goede informatie. Dat betekent ook dat informatie door de Uitvoeringsorganisatie pas aan „derden‟ kan worden verstrekt als de waterbeheerder de gegevens heeft goedgekeurd („kwaliteitsstempel‟). Niet alle informatie komt in aanmerking voor verspreiding aan derden. Bijvoorbeeld informatie op gedetailleerd niveau over mogelijke locaties en kosten van voorgenomen maatregelen. Afgesproken kan worden dat deze informatie alleen op een hoger aggregatieniveau aan derden verstrekt kan worden. In het algemeen geldt dat gebruikers zélf verantwoordelijk zijn voor wat ze met gegevens doen. Maar op twee manieren willen we dat zoveel mogelijk in goede banen leiden:
1. voor concreet te benoemen werkzaamheden ook concrete afspraken maken wie wat doet/mag doen. Meest aansprekende voorbeeld hiervan is de formele KRW- toestandsbeoordeling waterlichamen. In onze ogen kan de uitvoeringsorganisatie van het informatiehuis de kwaliteitsgegevens conform het overeengekomen protocol Toetsen en de daarop gebaseerde AquoKit omzetten in een concept-toestandsbeoordeling. Deze wordt dan voor een expert-judgement stap voorgelegd aan de waterbeheerder, die het concept aanpast tot formeel eindoordeel. Dit „beheerdersoordeel‟ wordt als formele KRW-toestandsbeoordeling in de KRW-database opgenomen (met toelichting omtrent de uitgevoerde expert-judgement stap) en kan aan derden worden verstrekt. De uitvoeringsorganisatie kan dus faciliteren en een deel van het werk voor de waterbeheerder uitvoeren, maar de eindbeoordeling is aan de waterbeheerder. Met formeel „beheerdersstempel‟ kan deze info aan derden worden uitgeleverd.
2. door het opnemen en koppelen van meta-informatie aan feitelijke meetgegevens (dat kan ook door het opnemen van meta-informatie aan meetnetten waar die meetgegevens onderdeel van uit maken). Met die meta-informatie kan worden aangegeven met welk doel (en op welke wijze) de gegevens zijn verzameld. En kunnen eventueel toepassingsbeperkingen worden benoemd.
Eén van de doelen van het Informatiehuis Water is het éénmalig inwinnen van gegevens bij waterbeheerders en het - vanuit de Uitvoeringsorganisatie - meervoudig gebruik en uitlevering van deze gegevens aan derden. Bijvoorbeeld voor rapportages door Rijk, provincies en waterbeheerders, evaluaties door Planbureaus, aan onderzoeks- en adviesbureaus en/of publiek. Voor dergelijke informatievragen over waterkwaliteit kunnen waterbeheerders in de toekomst doorverwijzen naar het Informatiehuis Water. Ze worden daarmee ontlast van terugkerende - en elkaar vaak overlappende - informatievragen.
Nee. De uitvoeringsorganisatie stelt niets zelfstandig vast en krijgt dus géén rol in het doorvertalen/verplichten van informatiebehoeften naar bijvoorbeeld monitorings-programma's. Ze stelt dus ook niet zelfstandig vast welke informatie door de waterpartners moet worden aangeleverd. Het is aan de waterpartners om in NWO-verband eerst hierover afspraken te maken (zoals nu gebeurt in het Bestuursakkoord). Voorbereiding van zulke afspraken blijft gebeuren met deelname en betrokkenheid vanuit de regio. De Uitvoeringsorganisatie voert vervolgens slechts uit.
Met de activiteiten van het Informatiehuis wordt doelmatiger waterbeheer bevorderd. Het gebundelde werk kan effectiever en efficiënter worden uitgevoerd. Dat leidt tot sneller en en kwalitatief beter werken. Hierdoor is ook in financiële zin een efficiencyslag mogelijk.
In de Voortgangsnotitie (bij de oplegnotitie voor het NWO van 16 juni) is dit voor de verschillende partners uitgeschreven. Hoewel er sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en daarmee een gezamenlijk belang, is niet voor alle partners het belang en de meerwaarde even groot. Dit komt tot uiting in de financiële verdeelsleutel.
De Uitvoeringsorganisatie voert werk uit waarover in NWO-verband overeenstemming is bereikt. Ontwikkelwerk binnen de kaders het werkprogramma doet het Informatiehuis in samenwerking met gebruikersgroepen waarin waterbeheerders en provincies op "werkvloerniveau" zijn betrokken. Momenteel wordt gedacht aan het instellen van drie gebruikersgroepen:
- Rond het stroomlijnen van informatie mbt oppervlaktewater (oa AquoKit)
- Rond het stroomlijnen van grondwatergegevens (oa verbeterprogramma „‟Van peilbuis tot KRW-portaal‟, en daarop gebaseerde protocollen en applicaties voor het maken van de toestandsbeoordeling voor grondwater (KRW/Grondwaterrichtlijn)
- Rond de ontwikkeling van de Aquo-Standaard (IDsW)
Ontwikkelwerk aan nieuwe activiteiten (met het oog op uitbreiding van de taken van het Informatiehuis) worden op verzoek van NWO (DWO, cluster MRE) opgepakt door de Projectgroep Informatiehuis Water, waarin waterbeheerders en provincies zijn vertegenwoordigd. Ook dit gebeurt in samenwerking met de gebruikersgroepen. Daarnaast worden standaard ook de regio's betrokken via bespreking van concept-producten in het RAOvz-overleg.
Deze werkwijze moet een goede beoordeling borgen van de te maken keuzen (o.a. ten aanzien van de praktische toepasbaarheid, uitvoeringslasten) en de kosten die ze met zich meebrengen. Voordat resultaten/producten voor besluitvorming via het cluster MRE worden ingebracht in de NWO-kolom wordt een regionale toets (vaak in de vorm van een pilot-toepassing bij 2-3 waterbeheerders) uitgevoerd indien partijen dat wensen. Pas na vaststelling door het NWO (of DWO) worden de nieuwe werkzaamheden overgeheveld naar de Uitvoeringsorganisatie als „uit te voeren werk‟.
Het basispakket betreft het voortzetten van het werk van IDsW (Aquo-standaard), het inwinnen, beheren en (op verzoek) uitleveren van gegevens met betrekking tot waterkwaliteit (oppervlaktewater plus grondwater) en het vormgeven van verbetertrajecten ten aanzien van het kunnen toetsen en beoordelen van informatie voor oppervlaktewater (AquoKit-applicaties) en grondwater (verbeterprogramma „Van peilbuis tot KRW-portaal‟). De uitwisseling van informatie blijft lopen via het bestaande KRW/Waterportaal. Er wordt dus geen aanvullende infrastructuur opgezet, en al helemaal niet in/bij waterschappen. Ook is dus geen sprake van een tijdelijke „dubbele‟ infrastructuur. Dat vraagt dus geen extra inzet - ook niet tijdelijk.
Het gaat om het samenbrengen van bestaande activiteiten en bijbehorende middelen die nu door departementen (VenW, VROM, LNV), RWS en de koepels Unie en IPO worden ingezet. Met het Bestuursakkoord worden deze partijen gevraagd om af te spreken dat deze inzet de komende 6 jaar wordt gecontinueerd. De afzonderlijke provincies, waterschappen en gemeenten wordt dus niet in directe zin om een financiële bijdrage gevraagd.
Op dit moment stellen we voor om werkzaamheden te bundelen die waterbeheerders (met uitzondering van RWS/WD) niet direct financieel raken. Daarbij maken we afspraken over het gestandaardisserd (Aquostandaard) aanleveren van informatie, via de bestaande KRW/Waterportaal. Voor alle duidelijkheid: de bestuursovereenkomst verplicht waterbeheerders dus niet om hun werkprocessen Aquo-proof te maken, maar stimuleert dat indirect natuurlijk wel.
De Businesscase Uitvoeringsorganisatie Informatiehuis Water betreft een rapport dat in opdracht van DGW is opgesteld door Twynstra Gudde. Het rapport - en met name het daarin opgenomen Programma van Eisen - is gebruikt als basis voor het aanvragen van offertes aan Waterdienst en Waterschapshuis voor het onderbrengen (gastheerschap) van de beoogde Uitvoeringsorganisatie. Het rapport betreft de visie van Twynstra Gudde. Ook de in de Businesscase genoemde financiële verdeelsleutel betreft een voorstel van Twynstra Gudde op basis van een door hen voorgesteld „groeimodel‟. De businesscase heeft zijn functie gehad om de ideeën over de Uitvoeringsorganisatie en een bestuursovereenkomst uit te werken en te bespreken (in de regio en de NWO-kolom) maar is inmiddels voor een deel achterhaald. De Businesscase maakt daarom ook geen onderdeel uit van de Bestuursovereenkomst en is om die reden niet met het concept bestuursakkoord meegestuurd voor commentaar.
Deze organen waren in de Businesscase voorzien voor een situatie waarin de Uitvoeringsorganisatie een zelfstandige stichting zou zijn. Het NWO kiest voor de komende jaren niet voor een zelfstandige stichting, maar voor het onderbrengen van de Uitvoeringsorganisatie bij een gastheerorganisatie (Het Waterschapshuis). De rollen van raden van toezicht en advies worden vervuld door NWO via cluster MRE, resp. de Projectgroep, via haar advies aan het cluster MRE. Voor advies vanuit de praktijk worden de gebruikersgroepen ingesteld (zie ook vraag 10).
Het Bestuursakkoord betreft een meerjarenafspraak (2011-2016) over het bundelen en daadwerkelijk kunnen uitvoeren van een basispakket aan werkzaamheden. Een belangrijk onderdeel daarbij betreft de inrichting van een Uitvoeringsorganisatie. Hiervoor is het noodzakelijk dat een concrete, meerjarige, afspraak wordt gemaakt in de vorm van een Bestuursakkoord over de inzet van middelen door de convenantpartners.
Inzet bij het Bestuursakkoord is dat de convenantpartners concrete afspraken maken over toezicht op en naleving van de overeengekomen afspraken. Voorstel in de concept-overeenkomst is dat de convenantpartners besluiten om de IVW te vragen toezicht te houden op naleving van de overeenkomst door partijen en hierover periodiek aan het NWO te rapporteren. Maar het kan ook anders. We zien graag voorstellen daarvoor tegemoet. Kernpunt is dat hier concrete afspraken over worden gemaakt.
Mits niet anders vermeld, valt de inhoud van deze website onder de cc0-verklaring.